Lifestyle

Wielrenners, bekijk het even!

Niek is opticien én optometrist. Hij ziet alles en schrijft het op. Met oog voor detail. In deze aflevering heeft hij twee mannen in de winkel die alles weten van wielrennen en de Tour de France, maar toch over een beperkt blikveld beschikken.

“We doen de toerversie zondag, gaaf hè?”
Ik deed mijn best het gesprek te volgen maar mij werd niet duidelijk waar de twee heren bij de vitrine achter in de winkel het over hadden.
“Doe jij de 110 of de 150?”, vroeg de ander.
“150”, antwoordde de eerste. “Maar geen volle bak hoor, gewoon D1, handjes op het stuur.” De ander, in strak roze shirt waardoor zijn imposante buik uitstekend tot z’n recht kwam, schudde met het hoofd. “Ik ga gewoon 110 doen. Kijken of ik een kommetje kan scoren.”
 
In hun plastic zonnebrillen zaten donkere raampjes waar je amper doorheen kunt kijken

Ik keek ze aan en zag dat ze stonden te praten met de bril omhoog. Dat wil zeggen: met de bril in de haren gestoken. Plastieken mormels met donkere raampjes waar je amper doorheen kunt kijken. Ik ken ze, die brillen. Ze hangen bij de fietsenwinkel tussen de banden en de pompen. Ooit zei hier iemand: een fiets koop je toch ook niet bij de slager? Dus vroeg ik aan de roze tricot waarom hij niet met een zonnebril op sterkte op de fiets zat.
“Die bestaan niet”, zei hij stellig.
Ik trok mijn wenkbrauwen op.
“Ja”, haastte hij zich te zeggen, “je hebt wel van die klik-brillen. Moet je zo’n rond lensje in je glas drukken. Alleen maar gedoe.”

Ik moest glimlachen. “Nou weten jullie alles over fietsen. Over 110 en 150 kilometer. Over, wat is het ook alweer, D1? En handjes over het stuur?”
“Op het stuur!”
“Whatever. Maar als je die geblindeerde toestand op je neus zet, zie je toch niets? Zeker als je ook een beetje een oogafwijking hebt. Nog even en je handjes kunnen in het gips, in plaats van op het stuur.” Ik pakte een sportbril met geslepen glazen. Gepolariseerd en niet kapot te krijgen. “Als je hier een steen tegenaan krijgt, kun je gewoon doorfietsen. En je ziet het tenminste als er een gat in de weg zit.”
“Kost dat, zo’n bril?”, vroeg de man naast de roze tricot sceptisch. “Vast een hoop centen.”
“Wat kost die fiets die je tegen het raam hebt gezet?”
Hij kreeg een kleur. “Ja, een hoop centen. 7200. Is de nieuwste Specialized.”
“Ik ben ook specialized”, antwoordde ik gevat. “En ik kan je vertellen dat je met die kermisbril zo op een opstaande tegel knalt. Weg 7200 euro. Zou toch zonde zijn?”

“Tja, en dan kunnen we Tom Dumoulin de proloog op 5 juli ook niet zien winnen.”
“Tom Dumoulin?”
“Dat is onze Nederlands troef, legde de roze tricot uit. “Maakt een goeie kans op het geel. Dat is de trui van de beste renner in koers.”
“O”, zei ik terwijl ik me omdraaide. “Moet ‘ie wel eerst even afrekenen met Kwiatkowski en Serghei Tvetcov.”
De twee kregen ogen zo groot als de bolletjes van de bergtrui. Waar Google al niet goed voor is. Snel deed ik m’n telefoon weer in m’n zak. “Verder nog vragen, heren?”
“Nee”, zeiden ze in koor. “We keken alleen even wat rond…”

Niek


maandag, 29 juni 2015
Auteur: Zienrs content©
Bron: Zienrs content©
Foto: Zienrs content©