Lifestyle

Geef die hockeyster toch lenzen!

Niek is opticien én optometrist. Niek ziet alles en schrijft het op. Met oog voor detail. In deze aflevering ziet hij dat de 10-jarige Irma de ene na de andere kans om zeep helpt op het hockeyveld…

Johan heet-ie, de vader van Irma. Grote vent, brede schouders, geen nek, had op het rugbyveld niet misstaan. Hij is zo fanatiek als een voetbalvader, maar staat wekelijks naast mij langs de lijn van het hockeyveld. Zijn aandacht is vooral op Irma gericht, zijn Irma. Net tien is ze en ze speelt in hetzelfde team als mijn dochter. Ik zeg niet veel, sta met mijn armen over elkaar en kijk toe. Soms kijk ik naar Johan, die mij na een jammerlijk mislukte aanval weer aankijkt met een blik van: snap jij het nou?
Probleemloos vangt mijn dochter met één hand de bal. “Lenzen, John”, zeg ik

Ja, ik snap het wel. Zijn dochter mist veel kansen. Voor open doel ook. Ze heeft een prachtige bril: dun blauw montuur, eigenwijs. Maar die ligt in de kleedkamer, in een hardcover brillenkoker. Ik kijk hem glimlachend aan. Niet om hem woest te maken, maar omdat ik hem iets wil uitleggen.
Hij begrijpt het signaal. “Het zijn d’r ogen hè?” Zijn blik gaat weer richting het veld, z’n handen vastberaden onder z’n oksels, zoals Matthijs van Nieuwkerk kan staan als hij DWDD aankondigt. “Jammer dat ze nog geen lenzen mag. Die ogen moeten volgroeid zijn, ja, ik ken mijn pappenheimers inmiddels.”
Ah, daar zijn ze weer, de fabeltjes over kinderogen. Ze zouden pas aan lenzen kunnen beginnen als de sterkte stabiel blijft en de ogen volgroeid zijn. Onzin. Er zijn steeds meer kinderen van zelfs een jaar of zeven die contactlenzen dragen. Dat kan geen kwaad. Sterker nog: jongeren die wat ouder zijn, nemen het over het algemeen niet zo nauw met de hygiëne en halen geregeld in rokerige ruimten een nachtje door, wat ook niet gezond is voor lens en oog. “Ze heeft talent, jongen”, zeg ik. “Maar inderdaad, geen lenzen. Daar zit het probleem.”
John knikt. “Klopt”, zei hij, “paar jaartjes wachten.”
Ik kijk hem weer aan terwijl er een hockeybal net langs zijn benen stuitert. Hij gooide hem naar mijn aanstormende dochter, die hem probleemloos met één hand vangt. John kijkt ervan op. “Lenzen, John”, zeg ik. “Tien is ze, net als Irma. Geen enkel probleem.” Hij kijkt verbaasd. “Allemaal fabels, dat ze dat nog niet mogen”, ga ik door. “Er zijn zelfs aanwijzingen dat bijziendheid wordt geremd als kinderen op vroege leeftijd al een bepaald type lenzen dragen. Lenzen bij jonge kinderen zijn wel degelijk mogelijk en het gaat vaak heel goed.
John knikt en legt een hand op mijn schouder. “Ben blij dat je dit zegt, Niek, ik geloofde die verhalen altijd. Irma zei al dat ze graag lenzen wilde, maar ik dacht dat het nog niet kon. We maken na het weekend meteen een afspraak.” Dan kijkt hij weer voor zich uit.
“Anders nog iets?”, vraag ik.
“Ja, bakkie koffie, lekker.”
We schieten beiden in de lach. Het is fijn langs de lijn.

Niek


donderdag, 30 juli 2015
Auteur: Zienrs content©
Bron: Zienrs content©
Foto: Zienrs content©