Lifestyle

Een trouwe klant schrikt zich lens

Niek is opticien én optometrist. Hij ziet alles en schrijft het op. Met oog voor detail. In deze aflevering krijgt hij te maken met een zeer trouwe klant, die denkt dat hij een tumor heeft, totdat…

‘Ik heb een tumor.’ Hij zei het als een kille mededeling. Niets eens in paniek. Een koude constatering. Niets meer en niets minder. Ik keek hem goed aan. ‘Jacques, hoe weet je dat zo zeker? Ik schrik er van.’
Jacques haalde zijn neus op. Een maniertje om emoties weg te snuiven. Mijn vader snoot altijd even in z’n neus als hij emotioneel werd. Om vervolgens weer tot de orde van de dag over te gaan. Jacques snoof alleen even. ‘Gisteren gehoord’, mompelde hij.
‘Wat heb je gehoord?’, vroeg ik onnozel.
‘Dat ik een tumor heb.’
‘Maar van wie dan?’
‘Ja, wat dacht je zelf? Van de bakker?’
‘Ik heb een tumor.’

Ik glimlachte maar de grap was cynisch bedoeld. Hij was bitter, Jacques. En begon te vertellen.
‘Het gaat al maanden niet goed met me. Ik zie raar en heb hoofdpijn. Aan de bril kan het niet liggen, die heb ik al bijna een jaar en nooit had ik ergens last van. Maar sinds de vakantie is het mis. Het gaat echt niet goed. De pijn zit vlak boven mijn rechteroog. Het zag er niet goed uit, zei de dokter. Ze wilde al een afspraak maken in het ziekenhuis, ik zou door de scan gaan. Nou, ik hoef helemaal niet door die scan. Ik weet het toch al zeker.’
‘Dat je een tumor hebt?’ Hij knikte alleen. Natte ogen. Ik regelde een koffie voor hem.

‘Nu moet ik je toch iets vragen, Jacques’, zei ik voorzichtig. ‘Je bent hier altijd welkom, dat weet je. Je bent meer dan een klant, je bent een vriend. Dus daar geen misverstand over. Maar moet je nu niet naar het ziekenhuis? Als de huisarts het toch allemaal zo zeker weet? Of vind je het misschien prettig als ik even kijk hoe het met je ogen staat?’
Hij maakte een gebaar met z’n schouders die een soort van onverschilligheid moest voorstellen. Maar hij knikte. En dus ging ik aan de slag.
Links prima, rechts niets. ‘Ik meet totaal geen sterkte in je rechteroog’, zeg ik tegen Jacques.
Jacques zei niks. ‘Mag ik even in je oog kijken?’ Weer dat gebaar van: ach, doe maar…. Ik keek in z’n rechteroog en moest m’n best doen om niet te lachen. Dat had hij door. ‘Wát?’ vroeg hij.
Ik liep van hem weg, waste mijn handen en vroeg voorzichtig: ‘Draag je nog wel eens je lenzen?’
‘Alleen in de vakantie’, reageerde Jacques. ‘Maar dat is alweer twee maanden geleden.’
‘Ik vermoed dat je al twee maanden pijn in je hoofd hebt en niet helemaal meer goed ziet.’ Ik wees naar de wasbak. ‘Toe Jacques, haal die lens uit je rechteroog, kun je de dokter vertellen dat het probleem is opgelost.’
We keken elkaar aan. Ik bulderde het uit, Jacques gooide wat ouderwetse verwensingen de winkel in. Maar wat wás hij opgelucht.
‘Ontzettend bedankt Niek, godallemachtig.’

‘Koffie, Jacques?’
Jacques haalde slechts zijn neus op.

Niek


maandag, 28 december 2015
Auteur: Zienrs content©
Bron: Zienrs content©
Foto: Zienrs content©